“We verdienen een betere binnenluchtkwaliteit.” Dat is de conclusie van Harm Valk van Nieman Raadgevende Ingenieurs naar aanleiding van het Monicair-onderzoek naar de prestaties van ventilatiesystemen in de woningbouw. “Voldoen aan de bouwregelgeving geeft geen garantie op voldoende kwaliteit van de binnenlucht”, luidt de eerste conclusie.

concentr_co2_slaapkamerDie samenhang blijkt in de praktijk niet te bestaan. Een tweede conclusie is dat systemen met een mechanische component in elke ruimte het beter doen dan andere. Het slechtst werken natuurlijke ventilatiesystemen. Zeer goed presteren systemen met een combinatie van aan- en afvoer van lucht met warmteterugwinning. Valk presenteerde de resultaten van het Monicair-onderzoek in het Faay Renovatietheater op de vakbeurs Renovatie en Transformatie. Hij maakte korte metten met een aantal vooroordelen over de ventilatie van woningen.

Klopt de praktijk van ventilatiesystemen bij de berekening van de epc (energieprestatiecoëfficient)? “Nee. We bevelen aan de binnenluchtkwaliteit bij de berekening mee te nemen”, aldus Valk. Heeft het zin om delen van het ventilatiesysteem uit te schakelen? “Nee, trek de stekker er niet uit. Dat presteert altijd slechter.” Hebben sturende CO2-sensors zin? “Ja, maar alleen als ze in de ruimten zijn gemonteerd, niet alleen in de woonkamer”, aldus Valk. Het is onterecht dat ventilatiesystemen gestuurd worden op het debiet van de hele woning. Dat moet op binnenluchtkwaliteit per ruimte.

Vervolgonderzoek
Voor het beoordelen van ventilatiesystemen in de woningbouw zouden meer praktijktesten gedaan moeten worden, niet alleen computersimulaties. In een vervolgonderzoek moeten ook systemen meegenomen worden die niet voldoen aan de regelgeving. Het is zelfs mogelijk dat ze voor een betere kwaliteit van de binnenlucht zorgen, met een betere energieprestatie. Valk riep fabrikanten op hun systemen te verbeteren, maar ook de rekenmethoden, normen en regelgeving zouden moeten worden aangepast aan de werkelijkheid.

Het Monicair-onderzoek (Monitoring & Control of Air quality in individual rooms) is uitgevoerd door een consortium van producenten, adviesbureaus en onderzoekscentra. De prestaties van negen systemen zijn een jaar lang gevolgd in 62 woningen. Luchtvochtigheid, CO2, aanwezigheid, ventilatiedebiet, energiegebruik en het gedrag van bewoners zijn gemonitord. De representiviteit had groter gekund. “Als we duizend woningen hadden gemeten zouden we de pieken en dalen uit de resultaten kunnen halen. De verschillen tussen de systemen en de woningen zijn groot”, aldus Valk.

De binnenluchtkwaliteit is het slechtst in hoofdslaapkamers. Dat komt omdat de capaciteit van de systemen wordt gebaseerd op vierkante meters in plaats van op gebruik, legde Valk uit. “We kunnen concluderen dat een ‘frisse slaapkamerscampagne’ nodig is”, zei hij. De bewoners blijken nauwelijks gebruik te maken van de mogelijkheid om een systeem te regelen. Opmerkelijk: 53 procent van de bewoners is tevreden over de systemen, 42 procent reageert neutraal en slechts 5 procent oordeelt negatief. Terwijl uit het onderzoek blijkt dat veel valt te verbeteren.

Bron: Cobouw.nl