Een verdere verlaging van het maximaal te lenen hypotheekbedrag voor woningen na 2018 zal vooral potentiële starters op de woningmarkt hard treffen.

Dit blijkt uit onderzoek van de Amsterdam School of Real Estate (ASRE) in opdracht van makelaarsvereniging NVM.

Afhankelijk van hoe groot de verlaging is, zullen starters meerdere jaren moeten sparen voordat ze een huis kunnen kopen.

Omdat de Nederlandse huursector amper een middensegment heeft, vallen starters die geen huis kunnen kopen tussen wal en schip. ”De Nederlandse woningmarkt kent vooralsnog onvoldoende alternatieven”, zegt hoogleraar woningmarkt Johan Conijn van de ASRE.

Hypotheekschuld
Het kabinet heeft maatregelen genomen om de hoge hypotheekschuld in Nederland te verlagen. Onder meer wordt het maximaal te lenen hypotheekbedrag ten opzichte van de waarde van het onderpand in 2018 verlaagd naar 100 procent.

Momenteel loopt een discussie of een verdere verlaging wenselijk is. De commissie-Wijffels heeft een verlaging tot 80 procent geadviseerd.

Sparen
De starter zal door een verdere verlaging veelal worden genoodzaakt eerst te sparen, zegt Conijn. ”De lengte van deze spaarperiode hangt van verschillende factoren af. Een verlaging van het hypotheekbedrag naar 80 procent, zal voor de gemiddelde starter leiden tot een spaarperiode van ruim vier jaar.”

Eerst sparen vereist ook alternatieve huisvesting. Conijn: ”Dit alternatief is voor de gemiddelde koopstarter niet beschikbaar. De huursector wordt gedomineerd door de gereguleerde corporatiesector. Daarvoor gelden inkomensgrenzen. Het aanbod van geliberaliseerde huurwoningen is te beperkt om de extra vraag van koopstarters op te vangen.”

BRON: ANP