Het bouwkundig rapport beschrijft de conditie van alle bouwkundige onderdelen: metselwerk, kozijnen, dakconstructie en -bedekking, interieurafwerking, badkamer en meer. Bij elk geconstateerd gebrek vind je een foto en een heldere toelichting. Je krijgt een kostenindicatie van het achterstallig onderhoud én van het onderhoud voor de komende één tot vier jaar. Waar nodig bevat het rapport een advies voor specialistisch vervolgonderzoek, bijvoorbeeld naar asbest of ongedierte.
Die kostenindicaties geven je een onderbouwde basis voor de prijsonderhandeling. Heb je een ontbindende voorwaarde in het koopcontract? Dan kun je bij onverwachte gebreken de koop ontbinden.
De Rijp ligt op een ondergrond van veen met klei, op de grens van de Schermerpolder. Veen kan zakken onder belasting en is gevoelig voor verdroging, met paalrot als risico bij houten funderingen. De inspecteur let altijd op scheuren in gevels, scheefstand, klemmende deuren en holle vloeren als mogelijke tekenen van grondbeweging.
In het oude centrum staan monumentale panden uit de 17e en 18e eeuw, veel met houten gevels en houten paalfundering. Aandachtspunten zijn de staat van de paalfundering, scheefstand, houtrot in gevels en kozijnen, en de balklagen. Bij beschermde panden moet vervangingsonderhoud bovendien voldoen aan monumenteneisen, wat de kostenindicatie van het rapport beïnvloedt.
In de naoorlogse uitbreiding (jaren ’50–’80) bereiken daken, cv-installaties en houten kozijnen het einde van hun levensduur. Platte daken bij rij- en hoekwoningen verdienen extra aandacht vanwege lekkagerisico, en bij panden op de overgang naar de polder komt scheefstand voor door zettingsverschillen.
Bij de recente nieuwbouwclusters aan de dorpsranden let de inspecteur op kitvoegen, gevelbekleding en de conditie van vloerverwarming en warmtepompen. Omdat deze woningen op de overgang van veen naar polderklei zijn gebouwd, komen bij oplevering ook zettings- en aansluitgebreken voor rond terrassen en bijgebouwen.